namosvgolfoffshore013009.jpg namosvgolfoffshore013008.jpg namosvgolfoffshore013007.jpg namosvgolfoffshore013006.jpg namosvgolfoffshore013005.jpg
Updated
18-12-2016
namosvgolfoffshore013004.jpg
Leden
contact
NAM OSV "Golfclub Offshore"
Terminologie

A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P-Q-U-V-W-X-Y-Z

ADRESSEREN
· Adresseren is klaar gaan staan om de bal te slaan. Het positioneren van lichaam en club voorafgaand aan de slag.
ABNORMAL GROUND CONDITIONS
· Nederlands: abnormale terreinomstandigheden. Elk tijdelijk water, elk stuk grond in bewerking, of gat, hoop of spoor op de baan gemaakt door een gravend dier, reptiel of een vogel. Men mag daar droppen zonder strafslag voor de rest van het spel.
AIR BALL
· Wanneer bij de misslag de bal extreem hoog gaat met weinig afstand
ALBATROSS
· Het spelen van een hole in drie slagen minder dan de par van de hole. In Amerika heet dat soms een “double eagle”.
ALIGNMENT
· Nederlands: (het) oplijnen. Het situeren van het lichaam en van het clubhoofd in relatie tot het doel.
ALL SQUARE
· Een wedstrijd matchplay kan "all square" eindigen, gelijkspel dus. De beste score op een hole wint de hole en wie het meeste holes wint, wint de partij.
APPROACH
· Nederlands: benaderen. Een schot naar (en op) de green, of vanaf de fairway een schot naar de dichtstbijzijnde green

B
BACKSPIN
· De achterwaartse rotatie van de bal om zijn horizontale as, veroorzaakt door de loft van het clubblad, de invalshoek en de clubhoofd snelheid. Een bal die geraakt wordt beneden zijn middelpunt met een club met loft (zelfs een putter) zal backspin hebben tijdens de balvlucht. Hoe meer backspin hoe sneller de bal zal stoppen (bit) op de green.
BACKSWING
· Het gedeelte van de swing welk zich van de bal af beweegt.
BIRDIE
· Club utilisé pour les drives les plus longs, en général le premier coup du parcours
BIRDIE
· Het spelen van een hole in één slag minder dan par.
BRUTO SCORE
· Het totaal aantal slagen in een strokeplay wedstrijd zonder rekening te houden met de handicap.
BUNKER
· Een hindernis bestaande uit een bewerkt stuk grond, dikwijls een kuil, waaruit gras of aarde is verwijderd en vervangen door zand of iets dergelijks.

C
CADDIE
· Iemand die tijdens het spel zorgt voor de stokken van een speler of deze meevoert, en de speler ook op andere wijze assisteert volgens de regels.
CARRY
· De afstand die de bal door de lucht aflegt
CHIP
· Een slag (meestal over kortere afstand) waarbij de rol veel verder is dan de vlucht (carry).
CLOSED CLUBFACE
· Dit wordt gezegd van het clubblad of van de houding van een speler. Het clubblad staat (bij adres en impact) niet haaks op het doel maar wijst naar links. Een manier van vasthouden waarbij de handen iets kloksgewijs zijn gedraaid (de rechterhand zit daarbij iets meer onder de shaft).
CLOSED STANCE
· Nederlands: gesloten stand, dicht staan. Positionering van de voeten waarbij de rechter voet enigszins teruggetrokken staat t.o.v. de imaginaire lijn langs de tenen (voetenlijn), welke parallel aan het doel is (doellijn).
CLUB
· Een golfstok, ook wel ijzer, stok, hout, iron

D
DIVOT
· Een plag die men, vooral met kortere ijzers, uit de grasmat slaat.
DOG-LEG
· Hole met een fairway waar een bocht in zit en daardoor qua vorm enigszins lijkt op de achterpoot van een hond.
DOWNSWING
· Het gedeelte van de backswing waar het clubblad weer naar de (stilliggende) bal beweegt. Ook wel “forward swing”.
DRAW
· Een balvlucht met een vertrekrichting iets rechts van de doellijn, die iets naar links afbuigt
DRIVE
· De drive is de afslag vanaf de tee, meestal met de “driver” (de houten 1), maar ook een afslag met een ijzer wordt “drive” genoemd.
DRIVE
· Au départ d'un trou le joueur place ou non sa balle sur un tee et joue son coup, on dit qu'il a drivé
DRIVER
· De houten-1, de stok om het verst te slaan

E
EAGLE
· Een hole spelen in twee slagen beter dan par van de hole (een par drie in één slag (hole-in-one), een par vier in twee slagen, een par vijf in drie slagen).
ECLECTIQUE
· Een strokeplay wedstrijdvorm. De laagste bruto score per hole behaald over een tevoren vastgestelde periode. Die periode kan variëren van één dag tot een aantal maanden. Ook wel “ringer score” genoemd.
ETIQUETTE
· Naast de (geschreven) (spel)regels zijn er ook een aantal (soms ongeschreven) (beleefdheids)regels: de etiquette. Voorbeeld van zo'n ongeschreven regel is dat men stilstaat en geen geluid maakt als de partner gaat slaan.

F
FADE
· Een balvlucht met een (kleine) curve naar rechts. Hetzelfde dus als een “slice”, maar dan met opzet geslagen. Het tegenovergestelde heet een draw.
FAIRWAY
· Het gedeelte van de baan tussen de afslag en de green. Vrij kort gemaaid om de bal een goede ligging te bezorgen.
FINISH
· Een alternatieve uitdrukking voor de eindpositie van de swing.
FIRST NINE, FRONT NINE
· De eerste negen holes van een golfbaan
FOREGREEN
· Het kort gemaaide gedeelte, enige meters breed rondom de green. Het gras is korter dan op de Fairway, maar minder kort dan op de green
FOUR-BALL - BEST-BALL
· Een wedstrijd tussen de beste bal van twee teams
FOURSOME
· Een partij waarin twee spelers spelen tegen twee andere spelers, elke kant met één bal
FREE DROP
· De bal droppen zonder dat er een strafslag geteld hoeft te worden

G
GOING HOOK
· Een slag met de bedoeling de bal na de landing naar het doel te laten rollen.
GRAIN
· Op de green, de richting waarin het gras groeit. Sommige greens hebben het duidelijker dan andere. Dat kan effect hebben op de break en de afstand. De grain volgt waterafvoer, de zon, maairichting, voorkeurswindrichting
GREEN
· Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld, dat speciaal is geprepareerd voor het putten of anderszins als zodanig door de commissie is aangegeven
GREENFEE
· Het bedrag dat betaald moet worden als men wil spelen op een golfbaan waar men geen lid is.
GREENKEEPER
· De tuinman(nen) op de golfbaan. Zij onderhouden de golfbaan. Op een 18 holes baan zijn er toch minimaal 3-4 nodig.
GREENSOME
· Variatie op foursome, geen officiële wedstrijdvorm. Op elke hole slaan beide spelers van een team met hun eigen bal af. Daarna kiezen de partners de bal die het gunstigst ligt en spelen daarmee om beurten verder de hole uit (de speler wiens bal niet wordt gekozen neemt zijn bal op en doet de tweede slag).
GRIP
· Dat gedeelte van de shaft dat de speler in zijn handen houdt. Het materiaal van de grip kan van leder, rubber of kunststof zijn.
GRIP: BASEBALL
· De stok vasthouden op dezelfde manier als een baseball (honkbal) knuppel: de linkerhand en de rechterhand liggen om de shaft (en veel meer in de palm dan bij een golfgrip) zonder enige verbinding met elkaar (geen interlocking of overlapping). Ook wel “palmgrip” genoemd.
GRIP: INTERLOCKING GRIP
· Een methode van vasthouden waarbij de rechter pink tussen de linker wijs- en middelvinger geklemd is.
GRIP: OVERLAPPING
· Een manier om de stok vast te houden. Wordt vrijwel uitsluitend met de putter toegepast, soms ook bij chipping. Van de rechterhand liggen alle vingers om het handvat. Van de linkerhand liggen pink, ring- en middelvinger om de stok, de duim op de stok en de wijsvinger ligt bovenop de vingers van de linker hand.
GRIP: VARDON
· Meestal overlapping grip genoemd. Eén van de twee het allermeest toegepaste manieren om de stok vast te houden (de andere is “interlocking”): De rechter pink ligt op het gootje tussen linker wijs- en middelvinger. De grip is naar Harry Vardon genoemd (1870-1937), een beroemd speler. Hij heeft deze grip gepopulariseerd, maar niet uitgevonden. J.E.Laidley gebruikte deze grip al op zijn minst 15-20 jaren eerder.

H
HANDICAP
· Het getal wat aangeeft (bij strokeplay) hoeveel slagen de speler (gemiddeld) meer nodig heeft dan de par van de baan.
HIEL
· Uiteinde van het blad van de club aan de kant van de speler, waar het aansluit op de steel
HOOK
· Balvlucht die sterk van rechts naar links gaat. Meestal een foute slag, maar kan met opzet worden geslagen om een obstakel te ontwijken.
HOUT
· Een hout. Een club, vroeger met een houten clubhoofd.

I
IJZER
· Club met ijzeren kop, waarvan de opening gaat van de lob-wedge tot ijzer 1
IJZERS: KORTE
· De sand-wedge, gap-wedge, lob-wedge, wedge, ijzer 9 en ijzer 8
IJZERS: LANGE
· IJzer 4, 3, 2 en 1
IJZERS: MIDDELLANGE
· IJzer 7, 6 en 5
IMPACT
· Het moment van raken van de bal.
INSERT
· Houten drivers hadden een plastic “insert”, inzetstukje, om ze te beschermen tegen de vele impacts.
namosvgolfoffshore013002.jpg
Dubbelklik hier
Voor L-M-N-O-P-Q-U-V-W-X-Y-Z
image003.gif image001.gif